VRG
| Vlaams Rechtsgenootschap |
| Het Vlaams Rechtsgenootschap is de studentenkring van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de Katholieke Universiteit Leuven . Het staat in voor ontspannende, sportieve, sociale, culturele en maatschappelijk vormende activiteiten voor de rechtenstudenten en laat hun stem horen in de universitaire organen en in LOKO. |
| Geschiedenis van het VRG |
| In oktober 1885, wanneer de eerste periode van de Vlaamse emancipatie volop aan de gang was, werd aan de Leuvense Alma Mater een rondschrijven verspreid waarin de gedachte uiteengezet werd een Vlaamsch Rechtsgenootschap op te richten. Doel was ' De Vlaamsche rechtstaal aanleeren, ons Vlaamsche volk recht doen wedervaren op rechterlijk gebied. '. Er werd snel een voorlopige vergadering belegd op 4 november 1885 in de herberg De Herderin. Eén van de overgebleven stichters schrijft in 1888 dat er een twintigtal aanwezigen waren, waaronder nog verscheidene nieuwsgierigen. Het Vlaamsche Rechtsgenootschap werd zodoende de Vlaamse tegenhanger van de Société Juridique en draagt tot de dag van vandaag zijn zelfde naam. Professor Van Biervliet werd de eerste voorzitter. Jawel, een prof, want in de beginperiode zaten zowel professoren, assistenten als studenten in het VRG. Wat in de schoot van dit VRG werd georganiseerd staat wel in schril contrast met de hedendaagse bezigheden van uw praesidium! Volgens het reglement werd er wekelijks een zitting gehouden, die beurtelings besteed werd aan het lezen en bespreken van een rechtswerk, en aan het pleiten van een rechtsgeding, waarover vervolgens een vonnis werd uitgesproken door de leden die een diploma van de faculteit bekomen hadden. In het VRG zitten was dus eigenlijk deelnemen aan de werkcolleges avant-la-lettre. Maar de Vlaamsche Taalbeweging op rechterlijk gebied stond ook hoog op de agenda in de eerste decennia van het VRG. Het VRG zond verschillende verzoekschriften naar het parlement tijdens de bespreking van de wet Coremans van 1889 betreffende het gebruik der talen bij de strafrechter. Het VRG zorgde eigenlijk voor praktijklessen Nederlandse rechtstaal, daar één van de voornaamste zorgen het bekwamen van zijn leden was in die Nederlandse Rechtstaal. Het succes in die jaren vóór de Eerste Wereldoorlog was wisselend; er werd gesproken over hoogstaande werken, dan weer werd het belang van de spreekoefeningen geminimaliseerd. Hoe het ook zij, wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbrak was het VRG overgegaan tot het uitschrijven van prijsvragen. De antwoorden hierop werden in boeken gebundeld en in 1922 had het VRG een kleine bibliotheek van die bundels. Helaas zijn ze in de brand van de Hallen verloren gegaan. Na de oorlog verging het het VRG terug veel beter. Bij het veertigjarig bestaan had het VRG reeds 600 adressen van oud-leden. Van toen dateren ook de eerste pogingen om meer voeling tot stand te brengen tussen de studenten en de oud-leden. Doel was vooral meer wetenschappelijke samenkomsten te organiseren tussen studenten, proffen, magistraten, leden van de balie,... en niet zozeer het inzamelen van geld. Geld was enkel nodig om sprekers uit te nodigen en de leden van de nodige boeken en geschriften te voorzien. Het VRG streefde dus steeds meer naar een vereniging tussen de studenten en de oud-leden, ' want wat een macht, indien zij allen samen kwamen, samen voelden en samen arbeidden! '. De taalkwestie was na de oorlog misschien wel levendiger dan ooit. Vooral toen de RUG vervlaamst werd, moest Leuven snel handelen, want een massale uitwijking van Vlaamse studenten van Leuven naar Gent was niet ondenkbaar. In de jaren 1930 tot 1935 werden de eerste cursussen in het Vlaams gedoceerd zoals Romeins recht, personen- en zakenrecht,... . Tegen 1935 was de ontdubbeling compleet, enkel fiscaal recht liet nog wat op zich wachten. Zodoende was één van de hoofddoelen van het VRG gerealiseerd, namelijk Vlaams aan de universiteit. Het valt trouwens op dat de leuze " Vlaams aan de Universiteit " was en niet het radicalere " een Vlaamse Universiteit " wat in de jaren '60 wel het geval was. In de jaren '35 tot '42 is er een aanzienlijke leemte in de VRG-verslagen. Het VRG beschouwde zichzelf vooral als een studiegemeenschap en liet de politieke actie over aan het KVHV, dat als koepelorganisatie over de verschillende studentengroepen en faculteitskringen van verschillende pluimage fungeerde. In '43 uitten de oud-leden echter hun ongenoegen over de gang van zaken in het dagelijks bestuur. Zij dwongen het VRG tegelijkertijd mee op het Vlaams-nationalistisch standpunt te gaan staan en schaften het principe af van het VRG als representatie van verschillende stromingen binnen de studentenwereld. In tegenstelling tot de Eerste Wereldoorlog werd de universiteit niet gesloten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook de werking van het VRG bleef gewoon doorlopen. De eerste 'verslagen' van ludieke activiteiten dateren van tijdens de oorlog, zo was er een voetbalmatch tussen 3e lic. en 1e lic.. Zoals iedereen wel weet zijn er sinds geruime tijd ook een Vlaams Rechtsgenootschap in Gent en één in Brussel. Het Vlaams Rechtsgenootschap Gent werd in 1926 opgericht. De contacten tussen de verschillende VRG's waren het ene jaar veelvuldig, het andere jaar werd er niets samen georganiseerd. In 1949 werd echter het IVRG, een overkoepeling van de VRG's in de verschillende studentensteden, tot stand gebracht. Voornaamste bekommernis was het organiseren van pleitwedstrijden. Maar een lang leven was dat IVRG niet beschoren... . Doordat de voornaamste doelen van het VRG die bij de oprichting waren geformuleerd (vervlaamsing universiteit en ontdubbeling van de leergangen) waren behaald, kwam er meer ruimte vrij voor de ludieke activiteiten. Zo is een periode aangebroken waarin het amusement van zijn studenten een steeds grotere bekommernis werd van het VRG. Weliswaar is het VRG steeds de studentenbelangen blijven verdedigen, maar dit kon niet meer zoals vroeger via proffen binnen het VRG. Voortaan gebeurde dit via vertegenwoordiging in de faculteitsraden, POC's en andere vergaderingen. De woelige jaren '60 waren ook van groot belang voor het VRG. Twee nieuwe belangrijke uitdagingen werden op het colloquium van 1963 geformuleerd: de splitsing van de KULeuven en de hervorming van de rechtenstudies. Dat eerste probleem oversteeg echter de muren van de faculteit en had zelfs belangrijke nationale gevolgen. In datzelfde jaar 1963 werd de eerste Vlaamse decaan van de rechtsfaculteit aan de KULeuven benoemd, ons aller bekende Zeger Van Hee. Het verder verloop van de kwestie Leuven is genoegzaam bekend... . In diezelfde jaren '60 werd een andere VZW opgericht waarmee het VRG al die jaren zeer nauw samenwerkte: het Huis der Rechten, beter bekend als het HdR. Zij had tot doel een ontmoetingsplaats te scheppen voor proffen, studenten en oud-studenten. Thans staat zij bekend als de fakbar van de rechtenstudent. Haar geschiedenis is steeds verbonden geweest met die van het VRG. De laatste drie decennia is het belang van het VRG voor de rechtenstudent alleen maar toegenomen. Het VRG zorgt voor de vertegenwoordiging van de rechtenstudent in de vergadering op universitair en facultair niveau en alle overkoepelende studentenorganisaties. De distributie van nota's en cursussen gebeurt reeds sinds geruime tijd via de VRG-cursusdienst, die er steeds naar streeft zijn leden een zo goedkoop mogelijk naslagwerk te bezorgen. Op het vlak van amusement zorgt het VRG voor menig TD, culturele en sportieve activiteit. Ook maatschappelijke kwesties gaan aan het VRG niet voorbij. Het VRG is zich, meer dan andere kringen, gaandeweg meer gaan professionaliseren om haar leden nog beter te dienen, zonder te vergeten dat zij een vrijwilligersorganisatie is voor en door studenten. Na 115 jaar zijn de taken van het VRG grondig veranderd. In de plaats van de taalkwesties van de beginjaren kwam een veel bredere waaier aan diensten die veel meer op de studenten zelf betrokken zijn. Kortom: het VRG leeft misschien wel meer dan ooit na 115 jaar prominente aanwezigheid in het Leuvense studentenlandschap. Bron: D. VAN TENDELOO, "Geschiedenis van het VRG, 115 jaar dolle pret", VRG-Balans 2000-2001, 2, p. 33. |
| Geschiedenis van De Valk - Rechtsfaculteit |
| De pedagogie de Valk werd gesticht, kort na het ontstaan van de universiteit, door Jan Stockelpot († 1465), professor in de kunsten, meer bepaald in het huis de Valk, gelegen in de Penninkstraat (nu Savoiestraat, een zijstraat van de Tiensestraat). In de 15de eeuw breidde de stichting zich spoedig uit tot in de Hoelstraat (nu Tiensestraat), o.m. door aankoop van het huis de Ketel (Cacabus), waarnaar de pedagogie ook wel werd genoemd. De Valk is dus eigenlijk een oude pedagogie en niet zozeer een college. Aan de oude Leuvense universiteit bestond er een onderscheid. Een college was een gebouw dat diende om studenten te huisvesten. Meestal werd het college opgericht door een rijke mecenas die het openstelde voor minder begoede studenten van een bepaalde faculteit of van een bepaalde streek. Ofschoon in de colleges ook disputen plaats vonden in het verlengde van de lessen, stond de woonfunctie er centraal. De vier pedagogieën van de Artesfaculteit (de Lelie, de Valk, de Burcht, het Varken) daarentegen waren allereerst onderwijsinstellingen. Ze verstrekten niet enkel kost en inwoning, de studenten (jonge studenten van de faculteit der kunsten) kregen er ook bijna alle lessen. Door de combinatie van woon- en onderwijsfunctie waren de pedagogieën dus sterker verwant met de beroemde colleges in Oxford en Cambridge dan de Leuvense colleges. De begripsverwarring wordt nog groter wanneer we zien dat de huidige pedagogieën, meestal peda's genoemd, dezelfde functie hebben als de huidige colleges, namelijk woongelegenheid bieden aan studenten. In het ancien régime hadden de pedagogieën natuurlijk ook een eigen wapenschild. Dat van de Valk was van goud, met een valk gezeten op een tak, waarschijnlijk in natuurlijke kleur. De wapenspreuk luidde: volitat super omnia falco, de valk overvleugelt alles. In de Valkpedagogie studeerde Pieter-Jan Minckelers († 1824), de uitvinder van het lichtgas: de beroemde Maastrichtenaar promoveerde er in 1766 in de kunsten en was er professor in de filosofie van 1771 tot 1788. De Valk is de enige pedagogie die niet uit het stadsbeeld verdwenen is. Van het middeleeuwse pand in de Savoiestraat is echter niets overgebleven. Het indrukwekkende classicistische ensemble aan de Tiensestraat is een 19de-eeuwse reconstructie naar het 18de-eeuwse concept van Claudio Fisco (1736-1825). Fisco is de Leuvense architect van het Brusselse Martelarenplein, dat de overheid zo schromelijk heeft laten vervallen. In 1783 werden volgens plannen van Fisco de linkervleugel, het achtergedeelte en het portaal van de Valk gebouwd. Daarvan bleef slechts het poortgebouw bewaard, doordat de andere gebouwen in de vlammen opgingen in 1866. Bij de wederopbouw in 1873 gebruikte men Fisco's oorspronkelijke plannen. Het gebouw in bak- en zandsteen heeft een U-vormige plattegrond. De hoofdvleugel is gemarkeerd door een middentravee, die bekroond wordt met een driehoekig fronton. Dit middenstuk wordt geritmeerd door penanten die over de twee verdiepingen doorlopen. De 19de-eeuwse architectuur-historicus A.G. Schayes (Histoire de l'architecture en Belgique, 1849) vond het een van de fraaiste Leuvense universiteitsgebouwen. In tegenstelling tot andere gebouwen werd de Valk na de opheffing van de universiteit in 1797 niet verkocht. Vanaf 1801 tot in de jaren vijftig van deze eeuw fungeerde het gebouw als militair hospitaal voor het Leuvense garnizoen. Omstreeks 1960 kwam de Valk weer in bezit van de universiteit. Nu is de Valk de zetel van de Faculteit Rechtsgeleerdheid. Het oude gebouw werd gerestaureerd in 1960-1962 door de befaamde professor R.M. Lemaire en kreeg een uitbreiding in 1966 (architecten P. Felix en G. Pepermans). Bron: - Mark Derez, Universiteitsarchief - Site rechtsfaculteit |




